Volg het liturgisch jaar

Deze dagelijkse lezingen zijn bedoeld voor iedereen die op zoek is naar reflectie, troost of spirituele groei. Stichting Rebecca nodigt u uit om deel te nemen aan deze reis en uw geloof te verdiepen.

 

Lezing van de dag

28-05-2026    Donderdag

Gen. 22, 9-18

Het offer van onze aartsvader Abraham.

Uit het Boek Genesis.

In die dagen bereikten Abraham en Isaäk de plaats die God hen had aangewezenen Abraham bouwde daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaäk vasten legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van de Heer hem van uit de hemel toe: “Abraham. Abraham! ”En hij antwoordde: “Hier ben ik. ”Hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij God vreest want gij hebt Mij uw enige zoon niet willen onthouden. ”Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op in plaats van zijn zoon. Abraham noemde de plaats: de Heer zal erin voorzien; vandaar dat men nu nog zegt: Op de berg van de Heer zal erin voorzien worden. Toen riep de engel van de Heer voor de tweede maal uit de hemel tot Abraham en zei: “Bij Mijzelf heb Ik gezworen – zo spreekt de Heer –omdat gij dit gedaan hebt en Mij uw eigen zoon niet hebt onthouden daarom zal Ik u overvloedig zegenen en uw nakomelingen talrijker maken dan de sterren aan de hemelen de zandkorrels op het strand van de zee. Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten. Door uw nakomelingen komt zegen over alle volken van de aarde omdat gij naar Mij hebt geluisterd.”

 

Mt. 26, 36-42

Ik ben bedroefd tot stervens toe.

Toen Jezus met zijn leerlingen aan een landgoed kwam dat Getsemane heette, sprak Hij tot zijn leerlingen :“Blijft hier zitten, terwijl Ik ginds ga bidden. ”Petrus en de twee zonen van Zebedeüs nam Hij echter met zich mee. Hij begon bedroefd en beangst te worden. Toen sprak Hij tot hen: “Ik ben bedroefd tot stervens toe. Blijft hier en waakt met Mij. ”Nadat Hij een weinig verder was gegaan, wierp Hij zich plat ter aarde en bad: “Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet zoals Ik wil, maar zoals Gij wilt. ”Toen ging Hij naar zijn leerlingen en vond hen in slaap; en Hij sprak tot Petrus: “Ging het dan uw krachten te boven één uur met Mij te waken?Waakt en bidt, dat gij niet op de bekoring in gaat. De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak. ”Hij verwijderde zich voor de tweede keer en weer bad Hij: “Vader, als het niet mogelijk is dat die beker voorbijgaat zonder dat Ik hem drink: dat dan uw wil geschiede.”

Lezing van de dag

27-06-2026    Woensdag

I Petr. 1, 18-25

Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder vlek of gebrek.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus.

Broeders en zusters,

Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen zoals goud en zilver zijt verlost uit het zinloze bestaan dat gij van uw vaderen had geërfd. Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder vlek of gebrek, dat uitverkoren was vóór de grondlegging der wereld maar eerst op het einde der tijden is verschenen om uwentwil. Door Hem gelooft gij in God, die Hem van de doden heeft opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God. Nu gij uw ziel gereinigd hebt door de waarheid gehoorzaam te aanvaarden moet gij elkander beminnen met oprechte broederliefde, met hart en vurigheid, als mensen die opnieuw geboren zijn, niet uit een vergankelijk zaad, maar door het onvergankelijke woord van de levende en eeuwige God. Want alle vlees is als gras en heel zijn luister als een veldbloem. Het gras verdort, de bloem valt af maar het woord des Heren blijft in eeuwigheid. En dit woord is de boodschap die u in het evangelie is verkondigd.

 

Mc. 10, 32-45

Wij gaan nu naar Jeruzalem waar de Mensenzoon zal worden overgeleverd.

In die tijd trokken de leerlingen voort, op weg naar Jeruzalem en Jezus ging voor hen uit; zij waren ontdaan en ook die Hem volgden waren bevreesd. Hij nam opnieuw de twaalf terzijd een begon hun te spreken over wat Hem zou overkomen “Wij gaan nu naar Jeruzalem waar de Mensenzoon aan de hogepriesters en schrift geleerden zal worden overgeleverd. Zij zullen Hem ter dood veroordelen en aan de heidenen overleveren; ze zullen Hem bespotten en bespuwen, Hem geselen en doden, maar drie dagen later zal Hij verrijzen. ”Toen kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, naar Hem toe en zeiden: “Meester, wij willen dat U voor ons doet wat wij U vragen. ”Hij antwoordde hun: “Wat wilt ge dan dat Ik voor u doe? ”Zij zeiden Hem: “Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter -en de ander aan uw linkerhand moge zitten. ”Maar Jezus zei hun: “Ge weet niet wat ge vraagt. Zijt ge in staat de beker te drinken die Ik drinken met het doopsel gedoopt te worden waarmee Ik gedoopt word? ”Zij antwoordden Hem: “Ja, dat kunnen wij.” “Inderdaad,– gaf Jezus toe –de beker die Ik drink zult gij drinken, en met het doopsel waarmee Ik gedoopt word zult gij gedoopt worden; maar het is niet aan Miju te doen zitten aan mijn rechter- of linkerhand, omdat alleen zij dit verkrijgen voor wie dit is bereid. ”Toen de tien anderen dit hoorden werden ze kwaad op Jakobus en Johannes. Jezus echter riep hen bij zich en sprak tot hen: “Gij weet dat zij die als heersers der volkeren gelden hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn; wie onder u groot wil worden moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn moet de slaaf van allen zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs voor velen.”

Lezing van de dag

26-05-2026   Dinsdag

I Petr. 1, 10-16

De profeten profeteerden over de genade die voor u bestemd was. Weest daarom nuchter en vestigt heel uw hoop op die genade.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus.

Broeders en zusters,

Reeds de profeten hebben gezocht en gevorst naar de redding van uw ziel, toen zij profeteerden over de genade die voor u bestemd was. Zij vroegen zich af op welk tijdstip en welke omstandigheden de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij voorspelde al het lijden dat over Christus zou komen en de daarop volgende verheerlijking. Maar hun werd geopenbaard dat zij deze boodschap moesten beheren voor u, niet voor zichzelf. En nu is die boodschap bij monde van de evangeliepredikersopenlijk aan u verkondigd, in de kracht van de heilige Geest die van de hemel is neer gezonden. Dit zijn geheimen waarin zelfs engelen verlangen door te dringen.

Weest daarom wakker en actief, weest nuchter, vestigt heel uw hoop op de genade die uw deel wordt wanneer Jezus Christus zich zal openbaren. Geeft gehoor aan de waarheid, geeft niet langer toe aan de lusten die uw leven beheersten in de tijd van uw onwetendheid. Hij die u geroepen heeft, is heilig. Weest heilig zoals Hij, in heel uw gedrag want er staat geschreven: “Weest heiligwant Ik ben heilig.”

 

Mc. 10, 28-31

Wie Mij volgt ontvangt het honderdvoud, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.

In die tijd nam Petrus het woord en zei tot Jezus: Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen. ”Jezus antwoordde: “Voorwaar, Ik zeg u:er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of akkersom Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven ,of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud aan huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers, zij het ook gepaard met vervolgingen, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven. Veel eersten zullen laatsten zijnen veel laatsten eersten.”

Lezing van de dag

25-05-2026   Maandag   Pinksteren

Gen. 3, 9-15. 20

Maria moeder van alle levenden.

Uit het boek Genesis.

Nadat Adam in de tuin van Eden van de boom gegeten had riep God de Heer de mens en vroeg hem: “Waar zijt gij? ”Hij antwoordde: “Ik hoorde uw donder in de tuin, en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen. ”Maar God de Heer zei: “Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb? ”De mens antwoordde: “De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten. ”Daarop vroeg God de Heer aan de vrouw: “Hoe hebt ge dat kunnen doen? ”De vrouw zei: “De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten .”God de Heer zei toen tot de slang: “Omdat ge dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Dit zal uw kop bedreigen, en gij zijn hiel. ”De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden.

 

Joh. 19, 25-34

“Zie uw Zoon. Zie uw moeder”

In die tijdstonden bij het kruis van Jezus: zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zagen bij haar staande de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: “Vrouw, zie uw zoon. ”Vervolgens zei Hij tot de leerling: “Zie uw moeder. ”En van dat uur af nam de leerling haar bij zich op. Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, opdat de Schrift zou worden volbracht, zei Jezus: “Ik heb dorst. ”Er stond daar een kruik vol zure wijn. Ze staken dus een spons vol zure wijn op een hysopstengel, en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus dan van de zure wijn genomen had, zei Hij: “Het is volbracht”, en nadat Hij het hoofd had gebogen, gaf Hij de geest. Aangezien het voor bereidingsdag was en opdat de lichamen niet aan het kruis bleven op sabbat– want het was de grote dag van die sabbat –vroegen de Joden aan Pilatus dat van hen de benen werden gebroken en zij zouden worden weggehaald. Daarop kwamen de soldaten en braken de benen van de eerste en van de andere die met Hem was gekruisigd. Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was, braken zij zijn benen niet; maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lansen onmiddellijk kwam er bloed en water uit.

Lezing van de dag

24-05-2026    Zondag   Pinksteren

Hand. 2, 1-11

Zij werden allen vervuld van de Heilige Geesten begonnen te spreken.

Lezing uit de Handelingen van de apostelen Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak, en vulde het hele huis waar zij gezeten waren. Er verschenen hun tongen als van vuur die zich verdeelden en op ieder van hen neerzetten. Zij werden allen vervuld van de Heilige Geesten zij begonnen te spreken in andere talen, naargelang de Geest hun te spreken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, afkomstig uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep de menigte te hoop en raakte in de war, want iedereen hoorde hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Ziet! Zijn allen die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, de inwoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

 

I Kor. 12, 3b-7. 12-13

In één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt.

Lezing uit de Eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de Korintiërs

Broeders en zusters,

Niemand kan zeggen: “Jezus is de Heer”, tenzij door de Heilige Geest. Er zijn verschillende genadegaven, maar het is dezelfde Geest. Er zijn verschillende bedieningen, maar het is dezelfde Heer. Er zijn verschillende soorten werk, maar het is dezelfde God, die alles in allen bewerkt. Maar aan eenieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.

Want zoals het lichaam één geheel is, en vele ledematen heeft, en alle ledematen van het lichaam, hoeveel het er ook zijn, één lichaam vormen, zo is het ook met de Christus. Immers, in één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, of we nu Joden zijn of Grieken, slaven of vrijen, allen zijn wij gedrenkt met één Geest.

 

Joh. 20, 19-23

Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend ik u:ontvangt de Heilige Geest.

Toen het avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus, ging in hun midden staan en zei hun: “Vrede zij u. ”Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde, toen zij de Heer zagen. Daarop zei Jezus hun opnieuw: “Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. ”En na dit gezegd te hebben blies Hij over hen en zei hun: “Ontvangt de Heilige Geest. Van wie gij de zonden vergeeft, hun zijn ze vergeven, van wie gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.”

Lezing van de dag

23-05-2026   Zaterdag

Hand. 28, 16-20. 30-31

Paulus bleef te Rome en predikte er het Rijk Gods.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Na aankomst in Rome kreeg Paulus verlof op zichzelf te wonen met de soldaat die hem bewaakte. Drie dagen later ontbood hij de voornaamste Joden bij zich. Toen zij bijeengekomen waren, zei hij tot hen: “Mannen broeders, ofschoon ik niets gedaan heb tegen ons volk of tegen de voorvaderlijke gebruiken, ben ik vanuit Jeruzalem als gevangene uitgeleverd aan de Romeinen. Dezen wilden mij na verhoor in vrijheid stellen omdat ik niets had bedreven waarop de doodstraf stond. Maar omdat de Joden zich hiertegen verzetten zag ik me gedwongen mij op de keizer te beroepen, dit echter niet als had ik enige klacht in te brengen tegen mijn volk. Dat is dus de redenwaarom ik verzocht u te mogen zien en u toe te spreken. Het is om de verwachting van Israël dat ik deze ketenen draag.”

Volle twee jaar vertoefde Paulus daar in een eigen huurwoningen ontving allen die bij hem kwamen. Hij predikte het Rijk Gods en gaf onderricht in de leer over de Heer Jezus Christus in alle vrijmoedigheid, zonder enige belemmering.

 

Joh. 21, 20-25

Dit is de leerling die dit geschreven heeft, en zijn getuigenis is waar.

In die tijd, toen Petrus zich omkeerde, zag hij dat de leerling van wie Jezus veel hield, hen volgde; dezelfde die ook bij de maaltijd tegen Jezus’ borst had geleund en had gezegd: Heer, wie is het die U zal overleveren? Toen Petrus hem nu zag, vroeg hij aan Jezus: “Wat dan met hem? ”Waarop Jezus hem zei: “Als Ik hem wil laten blijven tot Ik kom, is dat uw zaak? Gij moet Mij volgen! ”Zo ontstond onder de broeders het gerucht dat die leerling niet zou sterven. Doch Jezus had hem niet gezegd dat hij niet zou sterven maar: Als Ik hem wil laten blijven tot Ik kom, is dat uw zaak?

Dit is de leerling die van deze dingen getuigt en dit geschreven heeft, en wij weten dat zijn getuigenis waar is. Er zijn nog veel andere dingen die Jezus gedaan heeft. Maar als ze een voor een beschreven worden, dan zou naar mijn mening zelfs de hele wereld te klein zijn voor de boeken die men dan zou moeten schrijven.

Lezing van de dag

22-05-2026    Vrijdag

Hand. 25, 13-21

Jezus is dood, aldus Festus, maar Paulus beweert dat Hij leeft.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen kwamen koning Agrippa en Bernike in Caesareaen maakten hun opwachting bij Festus. Tijdens hun verblijf aldaar, dat verscheidene dagen duurde legde Festus het geval van Paulus aan de koning voor met de woorden: “Felix heeft hier een gevangene achtergelaten tegen wie de hogepriesters en de oudsten van de Joden, een aanklacht hebben ingediend toen ik in Jeruzalem was, met het verzoek hem te veroordelen. Ik heb hun te verstaan gegeven, dat de Romeinen niet gewoon zij niemand bij wijze van gunst uit te leveren, voordat de beklaagde tegenover zijn beschuldigers heeft gestaan en gelegenheid gekregen heeft zich tegen de aanklacht te verdedigen. Zij kwamen dus hier heen en zonder uitstel heb ik de volgende dag rechtzetting gehouden en heb ik de man laten voorleiden. Toen de aanklagers om hem heen stonden, brachten zij geen enkele beschuldiging in van misdadenwaar ik op gerekend had. Wel hadden zij bepaalde kwesties tegen hem op het gebied van hun eigen geloof en over een zekere Jezus, die dood is, maar van wie Paulus beweerde dat Hij leeft. Omdat ik met het onderzoek van die dingen geen weg wist, heb ik gevraagd of hij naar Jeruzalem wilde gaan om daar in deze zaak terecht te staan. Maar Paulus is in hoger beroep gegaan en wilde daarom tot de uitspraak van Zijne Majesteit in bewaring gehouden worden. Daarom heb ik bevel gegeven hem in hechtenis te houden totdat ik hem naar de keizer kan zenden.”

 

Joh. 21, 15-19

Weid mijn lammeren, hoed mijn schapen.

Toen Jezus verschenen was aan zijn leerlingen, zei Hij na het ontbijt tot Simon Petrus: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben? ”Hij antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin. ”Jezus zei hem: “Weid mijn lammeren. ”Nog een tweede maal zei Hij tot hem: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief? ”En deze antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin. ”Jezus hernam: “Hoed mijn schapen. ”Voor de derde maal vroeg Hij: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief? ”Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: Hebt ge Mij lief? en hij zei Hem: “Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin. ”Daarop zei Jezus hem: “Weid mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:Toen ge jong waart, deed ge zelf uw gordel om en ging waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt, zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt. ”Hiermee zinspeelde Hij op de doodwaardoor hij God zou verheerlijken. En na deze woorden zei Hij hem: “Volg Mij.”

Lezing van de dag

21-05-2026   Donderdag

Hand. 22, 30; 23, 6-11

Gij zult voor mijn zaak getuigen in Rome.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen wilde de bevelhebber nauwkeurig weten waarvan Paulus door de Joden beschuldigd werd, liet hem daarom daags daarna uit de gevangenis halen en gaf bevel dat de hogepriesters en heel het Sanhedrin zouden bijeenkomen. Daarna liet hij Paulus erheen brengenen vóór hen plaats nemen. Wetend dat het Sanhedrin ten dele uit Sadduceeën en ten dele uit Farizeeën bestond, riep Paulus nu in het Sanhedrin uit: “Mannen broeders, ik ben een Farizeeër en een zoon van Farizeeën. Om de verwachting en de opstanding der doden sta ik terecht. ”Toen hij dit gezegd had ontstond er twist tussen de Farizeeën en Sadduceeën en de vergadering raakte verdeeld. De Sadduceeën houden immers dat er geen opstanding is en dat er geen engelen of geesten bestaan, terwijl de Farizeeën beide aannemen. Zo ontstond er groot tumulten enige schrift geleerden van de partij der Farizeeënverzekerden met grote heftigheid: “We vinden niets verkeerds in deze man! Als er eens een geest of een engel tot hem gesproken heeft? ”Daar de onenigheid nog erger werden daar de bevelhebber begon te vrezen dat zij Paulus zouden verscheuren, gelastte hij de soldaten naar beneden te komen om hem haastig uit hun midden weg te halen en naar de kazerne te brengen. In de volgende nacht stond de Heer vóór hem en sprak: “Houd goede moed; want zoals gij voor mijn zaak getuigd hebt in Jeruzalem, zo zult ge het ook in Rome moeten doen.”

 

Joh. 17, 20-26

Dat zij volmaakt één zijn!

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad: “Heilige Vader, niet voor hen alleen bid Ik maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld geloven dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijnen opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezondenen hen hebt liefgehad zoals Gij Mij hebt liefgehad. Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt met Mij mogen zijn waar Ik ben, opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt daar Gij Mij lief hebt gehad vóór de grondvesting van de wereld. Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad in hen moge zijn en Ik in hen.”

Lezing van de dag

20-05-2026    Woensdag

Hand. 20, 28-38

Ik vertrouw u toe aan God, die de macht bezit op te bouwen en u het erfdeel te verlenen.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen zei Paulus tot de oversten van de kerk van Éfeze:“Geeft acht op uzelf, en op heel de kudde waarover de heilige Geest u tot leiders heeft aangesteld om Gods Kerk te hoeden die Hij zich verwierf door het bloed van zijn eigen Zoon. Ik weet dat er na mijn vertrekgrimmige wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet zullen sparen, en dat ook uit uw eigen midden mannen zullen opstaan, die verkeerde dingen zullen verkondigen om de leerlingen mee te krijgen. Weest daarom waakzaam en vergeet niet dat ik onophoudelijk– drie jaar lang, dag en nacht –ieder van u onder tranen het goede heb voorgehouden. En thans vertrouw ik u toe aan God, en aan het woord van zijn genade dat de macht bezit op te bouwen en u het erfdeel te verlenen met alle geheiligden. Zilver, goud of kleding heb ik van niemand verlangd. Gij weet zelf dat deze handen voorzien hebben in mijn eigen behoeftenen in die van mijn gezellen. In alles heb ik u getoond dat men door zo te arbeiden de zwakken te hulp moet komen, en dat gij de woorden van de Heer Jezus indachtig moet zijn. Hij heeft immers gezegd: Het is zaliger te geven dan te ontvangen. ”Na deze woorden knielde hij met allen neer en bad. Allen begonnen luid te wenen, vielen Paulus om de hals en kusten hem, vooral bedroefd omdat hij gezegd had dat ze hem niet meer zouden terugzien. Daarna deden ze hem uitgeleide naar het schip.

 

Joh. 17, 11b-19

Dat zij één mogen zijn zoals Wij!

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei: “Heilige Vader, bewaar in uw Naam hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals Wij. Toen Ik bij hen was bewaarde Ik in uw Naam hen die Gij Mij hebt gegeven. Ik heb over hen gewaakt en niemand van hen is verloren gegaan behalve de man des verderfs, want de Schrift moest vervuld worden. Maar nu kom Ik naar U toe en nog in de wereld zeg Ik dit, opdat zij mijn vreugde ten volle in zich zouden bezitten. Ik heb hun uw woord meegedeeld, maar de wereld heeft hen gehaat omdat zij niet van de wereld zijn zoals Ik niet van de wereld ben. Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad. Zij zijn niet van de wereld zoals Ik niet van de wereld ben. Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid. Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld, en omwille van hen wijd Ik Mij aan U, opdat ook zij in de waarheid aan U toegewijd mogen zijn.”

Lezing van de dag

19-05-2026    Dinsdag

Hand. 20, 17-27

Mijn loopbaan is ten einde en de taak die ik van de Heer Jezus ontvangen heb.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen zond Paulus vanuit Milete een bode naar Éfezeom de oudsten van die kerk te ontbieden. Toen zij bij hem aangekomen waren sprak hij hen aldus toe: “Gij weet hoe ik vanaf de eerste dag dat ik in Asia kwam, al die tijd onder u heb geleefd; hoe ik de Heer in alle nederigheid heb gediend, onder tranen en in beproevingen die mij overkwamen door de aanslagen der Joden; hoe ik niets wat nuttig kon zijn heb nagelaten u te verkondigen en te leren in het openbaar en bij u thuis, terwijl ik Joden en Grieken bezwoer zich te bekeren tot Goden te geloven in onze Heer Jezus. En nu bevind ik mij, gebonden door de Geest als ik ben, op weg naar Jeruzalem, zonder dat ik weet wat mij daar zal overkomen; alleen verzekert mij de heilige Geest van stad tot stad dat boeien en kwellingen mij wachten. Maar aan mijn leven hecht ik voor mijzelf niet de minste waarde, als ik mijn loopbaan maar ten einde brengen de taak die ik van de Heer Jezus ontvangen heb om getuigenis af te leggen van het Evangelie van Gods genade. En nu weet ik dat gij mijn gelaat niet meer zult zien, gij allen bij wie ik rondgegaan ben om het Koninkrijk te prediken. Daarom verzeker ik u op de dag van heden dat ik onschuldig ben aan het bloed van wie ook. Want ik heb niets nagelaten om u Gods raadsbesluit in zijn volle omvang te verkondigen.”

 

Joh. 17, 1-11a

Vader, verheerlijk uw Zoon.

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei: “Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon opdat de Zoon U verheerlijkt. Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware Goden Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus. Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt opgedragen te doen. Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij U zelf en geef Mij de heerlijkheid die Ik bij U had eer de wereld bestond. Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. U behoorden ze toe; Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden. Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt van U komt. Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld, heb Ik hun meegedeeld, en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden. Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik maar voor degenen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren. Al het mijne is van U en het uwe is van Mij. Zo ben Ik in hen verheerlijkt. Ik blijf niet langer in de wereld; zij echter blijven in de wereld terwijl Ik naar U toe kom.”

Lezing van de dag

18-05-2026    Maandag

Hand. 19, 1-8

Hebt gij de heilige Geest ontvangen toen ge het geloof hebt aangenomen?

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Terwijl Apollos in Korinte was kwam Paulus na zijn reis door het binnenland in Éfeze. Daar ontmoette hij enige leerlingen aan wie hij vroeg: “Hebt gij de heilige Geest ontvangen toen ge het geloof hebt aangenomen? ”Zij antwoordden: “Wij hebben niet eens gehoord dat er een heilige Geest bestaat. ”Toen zei hij: “Hoe zijt ge dan gedoopt? ”Ze antwoordden: “Met het doopsel van Johannes. ”Paulus hernam: “Johannes diende een doopsel toe ten teken van bekering, maar hij zei aan het volk dat ze moesten geloven in Wie na hem kwam, dat is Jezus. ”Toen zij dit gehoord hadden lieten zij zich dopen in de naam van de Heer Jezus. Nadat Paulus hun de handen had opgelegd kwam de heilige Geest over hen; ze spraken in talen en profeteerden. Bij elkaar waren het een man of twaalf. Hij ging naar de synagoge, waar hij gedurende drie maanden vrijmoedig optraden hen door zijn uiteenzettingen over het Koninkrijk Gods trachtte te overtuigen.

 

Joh. 16, 29-33

Hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.

In die tijd zeiden de leerlingen tot Jezus: “Kijk, nu spreekt Gij onomwonden en gebruikt geen enkel beeld. Nu zien wij dat Gij alles weet. Het is voor U niet nodig dat iemand U ondervraagt. Wij geloven daarom dat Gij van God zijt uitgegaan. ”Jezus antwoordde hun: “Gelooft ge nu? Zie, er komt een uur, ja het is er al, dat gij naar alle kanten verstrooid wordt en Mij alleen laat. Toch ben Ik niet alleen want de Vader is met Mij. Dit heb Ik u gezegd, opdat gij vrede zoudt bezitten in Mij. Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.”

Lezing van de dag

17-05-2026   Zondag

Hand. 1, 12-14

Zij bleven eensgezind volharden in gebed.

Lezing uit de Handelingen van de apostelen

Nadat Jezus ten hemel was opgenomen,

keerden de apostelen naar Jeruzalem terug vanaf de berg, die de Olijfberg heet, en die dichtbij Jeruzalem ligt, op sabbatsafstand. Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Thomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, zoon van Alfeüs, Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus. Zij allen bleven eensgezind volharden in gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.

 

I Petr. 4, 13-16

Als gij door de naam van Christus smaad lijdt,zalig zijt gij.

Lezing uit de Eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Verheugt u in de mate dat gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij ook van vreugde zult juichen bij de openbaring van zijn heerlijkheid. Als gij door de naam van Christus smaad lijdt, zalig zijt gij, omdat de Geest der heerlijkheid — de Geest van God — op u rust. Laat niemand van u te lijden hebben als moordenaar of dief of boosdoener of bemoeial; maar wie als christen lijdt, moet zich niet schamen, maar God verheerlijken met die Naam.

 

Joh. 17, 1-11a

Vader, verheerlijk uw Zoon.

In die tijd

sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei: “Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijkt. Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen, om eeuwig leven te geven aan hen die Gij Hem gegeven hebt. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware Goden Hem die Gij hebt gezonden: Jezus Christus. Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij Mij gegeven hebt om te doen. En nu, Gij, Vader, verheerlijk Mij bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, voordat de wereld er was. Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. U behoorden ze toe en Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden. Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt. Want de woorden die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze aangenomen en hebben naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden. Ik bid voor hen, niet voor de wereld bid Ik, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren. Al het mijne is van U en het uwe van Mij, en in hen ben Ik verheerlijkt. Ik ben niet langer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom naar U toe.”

Lezing van de dag

16-05-2026    Zaterdag

Hand. 18, 23-28

Paulus bewijst Apollos aan de hand van de Schriften dat Jezus de Messias is.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Nadat Paulus enige tijd te Antiochië had verbleven, vertrok hij weer en maakte een rondreis achtereenvolgens door de landstreek Galatië en door Frygië om er alle leerlingen te sterken: Intussen was in Éfeze een Jood aangekomen, Apollos, een Alexandrijn van afkomst en een welsprekend mandie doorkneed was in de Schriften. Hij had onderricht ontvangen in de weg des Heren, sprak vol geestdriften gaf in bijzonderheden onderricht over alles wat Jezus betrof, hoewel hij alleen het doopsel van Johannes kende. Ook begon hij vrijmoedig in de synagoge op te treden. Nadat Priscilla en Aquila hem gehoord hadden, namen ze hem mee en legden hem de weg van God nauwkeuriger uit. Toen hij wilde doorreizen naar Achaïa, zonden de broeders aan de leerlingen een brief met het verzoek hem goed te ontvangen. Daar aangekomen was hij door zijn genadegave van veel nut voor de gelovigen, want krachtig weerlegde hij in het openbaar de Jodendoor aan de hand van de Schriften te bewijzen dat Jezus de Messias was.

 

Joh. 16, 23b-28

De Vader heeft u lief omdat gij Mij liefhebt en in Mij gelooft.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wat gij de Vader ook zult vragen, Hij zal het u geven in mijn Naam. Tot nu toe hebt gij niets gevraagd in mijn Naam. Vraagt en gij zult verkrijgen opdat uw vreugde volkomen zij. In beelden heb Ik hierover tot u gesproken; er komt een uur dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar Mij onomwonden tegenover u zal uiten omtrent de Vader. Op die dag zult gij bidden in mijn Naam; het is niet nodig te zeggen dat Ik bij de Vader uw voorspreker zal zijn, want de Vader zelf heeft u lief omdat gij Mij liefhebt en omdat gij gelooft dat Ik van God ben uitgegaan. Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader.”

Lezing van de dag

15-05-2026    Vrijdag

Hand. 18, 9-18

In deze stad behoren veel mensen Mij toe.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Toen Paulus te Korinte verbleef sprak de Heer in een nachtelijk visioen tot hem: “Wees niet bevreesd maar spreek, en zwijg niet. Ik ben met u en niemand zal u aanraken om u kwaad te doen, want in deze stad behoren veel mensen Mij toe. ”Anderhalf jaar bleef hij daar wonen terwijl hij bij hen het woord Gods onderwees. Onder het pro-consulaat echter van Gallio in Achaïa keerden de Joden zich als één man tegen Paulus en brachten hem voor de rechtbank. Zij verklaarden: “Deze man tracht de mensen over te halen tot onwettige godsverering. ”Paulus wilde juist iets zeggen toen Gallio de Joden antwoordde: “Als het ging over een of ander onrecht of ernstig misdrijf, Joden, zou ik u vanzelfsprekend geduldig aanhoren. Maar zijn het twisten over een woord, over namen en over die Wet van u, dan moet gij zelf maar zien. Daarover wil ik geen rechter zijn. ”Hij joeg ze van zijn rechterstoel weg. Nu wierpen allen zich op Sóstenes, de overste van de synagoge, en gaven hem voor de rechterstoel een pak slaag. Gallio trok er zich niets van aan. Paulus bleef daar nog vele dagen, nam toen afscheid van de broeders en ging in gezelschap van Priscilla en Aquila scheep naar Syrië. Eerst had hij in Kenchreë zijn hoofdhaar laten afknippenwant hij stond onder gelofte.

 

Joh. 16, 20-23a

Uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:gij zult wenen en weeklagen terwijl de wereld zich zal verheugen. Gij zult bedroefd zijn, maar uw droefenis zal in vreugde verkeren. Wanneer de vrouw gaat baren is zij bedroefd omdat haar uur gekomen is; maar wanneer zij het kindje ter wereld heeft gebracht denkt zij niet meer aan de pijn, van blijdschap dat er een mens ter wereld is gekomen. Zo zijt ook gij nu wel bedroefd, maar wanneer Ik u zal weerzien zal uw hart zich verheugen en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen. Op die dag zult gij Mij over niets ondervragen.”

Lezing van de dag

14-05-2026     Donderdag

Hemelvaartsdag

Hand. 1, 1-11

Ten aanschouwen van hen werd Hij omhoog geheven.

Lezing uit de Handelingen van de apostelen Het eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven over alles wat Jezus vanaf het begin gedaan en geleerd heeft tot aan de dag waarop Hij door de Heilige Geestzijn opdracht gaf aan de apostelen die Hij had uitgekozen, en waarop Hij ten hemel werd opgenomen. Na zijn lijden toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak over het Koninkrijk van God. Terwijl Hij bij hen was, beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar de belofte van de Vader af te wachten, “die — zo zei Hij — gij van Mij vernomen hebt: Johannes doopte weliswaar met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de Heilige Geest. ”Terwijl zij bijeengekomen waren, stelden zij Hem de vraag: “Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen? ”Maar Hij zei hun: “Het komt u niet toe tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld, maar gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest die over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde van de aarde. ”Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhoog geheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Terwijl zij naar de hemel staarden bij zijn heengaan, zie, er stonden twee mannen in witte gewaden naast hen, die zeiden: “Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? Deze Jezus die van u is opgenomen ten hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”

 

Ef. 1, 17-23

Hij deed Hem zitten aan zijn rechterhand in de hemelen.

Lezing uit de Brief van de heilige apostel Paulus aan de Efeziërs

Broeders en zusters,

Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest geven van wijsheid en openbaring om Hem waarachtig te kennen. Moge Hij de ogen van uw hart verlichten, zodat gij weet wat de hoop van zijn roeping is, wat de rijkdom is van de heerlijkheid van zijn erfdeel te midden van de heiligen, en hoe overgroot zijn macht jegens ons die geloven. Met zijn werkdadige kracht en macht heeft Hij gewerkt in Christus, toen Hij Hem opwekte uit de doden en deed zitten aan zijn rechterhand in de hemelen, hoog boven alle macht, gezag, kracht en heerschappij, en boven iedere naam die genoemd wordt, niet alleen in deze tijd, maar ook in de toekomstige. Alles heeft Hij aan zijn voeten gelegd en Hem, verheven boven alles, gegeven als hoofd van de Kerk die zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult.

 

Mt. 28, 16-20

Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.

In die tijd

gingen de elf leerlingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had. Toen zij Hem zagen, aanbaden ze Hem; sommigen echter twijfelden. Jezus trad nader en sprak tot hen: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geesten leert hun te onderhoudenalles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.”

Lezing van de dag

13-05-2026     Woensdag

Hand. 17, 15. 22 - 18, 1

Wat ge vereert zonder het te kennen dat kom Ik u verkondigen.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen brachten Paulus’ begeleiders hem weg tot Athene en vertrokken met de boodschap voor Silas en Timóteüs om zich zo snel mogelijk weer bij hem te voegen. In Athene aangekomen ging Paulus midden op de Areópagus staan en nam het woord: “Mannen van Athene, ik zie aan alles hoeveel ontzag gij hebt voor hogere wezens. Want toen ik rondliep en bekeek wat gij zoal vereert ontdekte ik zelfs een altaar met het opschrift: Aan een onbekende god. Welnu, wat gij vereert zonder het te kennen dat kom ik u verkondigen. De God die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is, Hij die de Heer is van hemel en aarde woont niet in door handen gemaakte tempels. Ook wordt Hij niet door mensenhanden verzorgd alsof Hij iemand nodig had, want zelf geeft Hij aan ieder leven en adem, ja alles. Heel het mensengeslacht deed Hij uit één ontstaan, om de gehele oppervlakte van de aarde te bewonen, waarbij Hij de seizoenen vaststelde en de grenzen van hun woongebied; en om God te zoeken, of zij misschien al tastende Hem zouden vinden. Hij is immers niet ver van ieder van ons. Want door Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn; zoals sommigen van uw eigen dichters hebben gezegd: Want wij zijn van zijn geslacht. Als wij dus tot Gods geslacht behoren, moeten we niet menen dat het goddelijke gelijken zou op goud of zilver of steen, op een voortbrengsel van menselijke kunde en vernuft. Zonder acht te slaan op die tijden van onwetendheid, laat God thans aan de mensen de boodschap brengen dat zij zich allen en overal moeten bekeren. Hij heeft immers een dag vastgesteld, waarop Hij de wereld naar rechtvaardigheid gaat oordelendoor een man die Hij daartoe heeft bestemd. Aan allen gaf Hij het bewijs daarvandoor Hem uit de doden te doen opstaan.”

Maar toen zij van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmee, terwijl anderen zeiden: “Daarover zullen wij u bij gelegenheid nog wel eens horen. ”Zo ging Paulus van hen weg. Toch sloten sommigen zich bij hem aan en kwamen tot het geloof, onder wie Dionysius de Areopagiet en een vrouw die Dámaris heette en nog anderen. Hierna vertrok Paulus uit Athene en kwam in Korinte.

 

Joh. 16, 12-15

De Geest der waarheid zal u tot de volle waarheid brengen.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu niet verdragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen; Hij zal niet uit zichzelf spreken maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Ik zei dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft, omdat al wat de Vader heeft het mijne is.”

Lezing van de dag

12-05-2026   Dinsdag

Hand. 16, 22-34

Geloof in de Heer Jezus, dan zult gij en uw huis gered worden.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen liep het volk van Filippi tegen Paulus en Silas te hoop, waarop de magistraten bevel gaven hun de kleren van het lijf te rukken en hen met roeden te geselen. Nadat men hun een flink aantal slagen had toegediend wierp men hen in de gevangenis en gaf opdracht aan de gevangen bewaarder ze streng te bewaken. Op dit nadrukkelijk bevel zette deze hen in de binnenste kerkeren sloot hun voeten in het blok. Rond middernachtwaren Paulus en Silas in gebed en zongen Gods lof terwijl de gevangenen naar hen luisterden. Plotseling kwam er een zo hevige schok dat de gevangenis beefde op haar fundamenten. Meteen vlogen alle deuren openen sprongen de boeien van alle gevangenen los. De gevangenbewaarder schrok wakker, en toen hij zag dat de deuren van de gevangenis open stonden trok hij zijn zwaarden wilde zelfmoord plegen, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. Maar Paulus riep met luide stem: “Doe uzelf geen kwaad, we zijn allen nog hier. ”De man vroeg nu om licht, snelde naar binnen en viel sidderend Paulus en Silas te voet. Hij leidde hen naar buiten en zei: “Heren, wat moet ik doen om gered te worden? ”Zij antwoordden: “Geloof in de Heer Jezus, dan zult gij en uw huis gered worden. ”Daarop verkondigden zij het woord des Heren aan hem en al zijn huisgenoten. Nog in dat nachtelijk uur nam hij hen mee en hij waste hun wonden. Terstond daarna werd hij met al de zijnen gedoopt. Hij bracht ze naar zijn woningen zette hun een maaltijd voor, verheugd omdat hij met heel zijn gezin nu in God geloofde.

 

Joh. 16, 5-11

Als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Thans ga Ik naar Hem die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen ?Omdat Ik u dit gezegd heb is uw hart vol droefheid. Toch zeg Ik u de waarheid: het is goed voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga zal Ik Hem tot u zenden. Eenmaal gekomen zal Hij de wereld het overtuigend bewijs leveren van wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: van wat zonde is, omdat zij niet in Mij geloven; van wat gerechtigheid is, omdat Ik naar de Vader ga, zodat gij Mij niet meer ziet; van wat oordeel is, omdat de vorst dezer wereld geoordeeld is.”

 

Lezing van de dag

11-05-2026    Maandag

Hand. 16, 11-15

De Heer maakt het hart van een godvrezende vrouw ontvankelijk voor wat door Paulus gezegd werd.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Wij – Paulus en Silas –voeren af van Troas en koersten eerst naar Samotráke, de volgende dag naar Neápolis en vandaar naar Filippi, een stad in het eerste district van Macedonië en een kolonie. In die stad bleven we enkele dagen. Op de sabbat begaven we ons buiten de poort naar de rivieroever, waar we dachten dat een bedehuis was. Wij zetten ons neer en spraken de vrouwen toe die er bijeengekomen waren. Ook een zekere Lydia hoorde toe, die uit de stad Tyatíra kwam en purperen stoffen verkocht. Zij was een godvrezende en de Heer maakte haar hart ontvankelijk voor wat door Paulus gezegd werd. Nadat zij en haar huisgenoten gedoopt waren nodigde ze ons uit en zei: “Als ge van oordeel zijt dat ik werkelijk in de Heer geloof,komt dan in mijn huis en neemt daar uw intrek. ”En zij drong er bij ons sterk op aan.

 

Joh. 15, 26 - 16, 4a

De Geest der waarheid zal over Mij getuigenis afleggen.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Wanneer de Helper komt die Ik u van de Vader zal zenden, de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigenis afleggen. Maar ook gij moet getuigen, want vanaf het begin zijt gij bij Mij. Dit heb Ik u gezegd opdat gij niet ten val komt. Zij zullen u uit de synagoge bannen. Ja, er komt een tijd dat ieder die u doodt zal menen een daad van godsverering te stellen. Zij zullen dat doen omdat zij noch de Vader noch Mij erkend hebben. Dit heb Ik u gezegd opdat, wanneer de tijd hiervan aanbreekt, gij u zoudt herinneren dat Ik het u gezegd heb.”

Lezing van de dag

10-05-2026    Zondag 

Hand. 8, 5-8. 14-17

Zij legden hun de handen open ze ontvingen de Heilige Geest.

Lezing uit de Handelingen van de apostelen

In die dagen

daalde Filippus af naar de stad Samaria en predikte hun de Christus. De menigten sloegen eensgezind acht op Filippus’ woorden, toen ze luisterden en de tekenen zagen die hij verrichtte. Want uit velen die onreine geesten hadden, gingen dezen onder luid geschreeuw wegen vele lammen en kreupelen werden genezen. Er ontstond dan ook grote vreugde in die stad.

Toen de apostelen in Jeruzalem vernamen dat Samaria het woord van God had aangenomen, zonden zij Petrus en Johannes naar hen toe. Nadat ze afgedaald waren, spraken ze een gebed voor hen uit, opdat zij de Heilige Geest zouden ontvangen. Deze was namelijk nog over niemand van hen gekomen; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Toen legden zij hun de handen open zij ontvingen de Heilige Geest.

 

I Petr. 3, 15-18

Gedood naar het vlees,werd Hij ten leven gewekt naar de geest.

Lezing uit de Eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Heiligt in uw hart Christus als Heer,en weest altijd bereid tot verantwoordingaan alwie u rekenschap vraagt van de hoop die in u is.Maar doet het met zachtmoedigheid en ontzag,en met een goed geweten.Dan zullen zij die uw goede levenswandel in Christus beschimpen,met hun laster beschaamd staan.Want het is beter, als Gods wil dat verlangt,om te lijden vanwege goede daden dan vanwege slechte.Immers, ook Christus heeft eens voor al geleden voor de zonden,de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen,om u tot God te brengen.Gedood naar het vlees, werd Hij ten leven gewekt naar de Geest.

 

Joh. 14, 15-21

Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Helper geven.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Helper geven om voor altijd met u te zijn: de Geest van de waarheid, die de wereld niet kan aanvaarden, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. Gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet achterlaten als wezen: Ik kom naar u toe. Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer aanschouwen; maar gij zult Mij aanschouwen, want Ik leef en gij zult leven. Op die dag zult gij erkennen, dat Ik in mijn Vader benen gij in Mij en Ik in u. Wie mijn geboden heeft en deze onderhoudt, hij is het die Mij liefheeft. En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader worden bemind; ook Ik zal hem liefhebbenen Ik zal Mijzelf aan hem openbaren.”

Lezing van de dag

09-05-2026     Zaterdag

Hand. 16, 1-10

Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen kwam Paulus te Derbe en Lystra. Er was daar een leerling, Timóteüs genaamd, de zoon van een gelovig geworden Joodse vrouw, maar van een Griekse vader. Omdat hij bij de broeders van Lystra en Ikoniume en goede naam had wenste Paulus hem als reisgezel. Omwille van de Joden die in die streek woonden liet hij hem besnijden, want iedereen wist dat zijn vader een Griek was. In de steden waar zij doorkwamen, kondigden zij voor de gelovigen de besluiten af die genomen waren door de apostelen en oudsten in Jeruzalem. Zo werden de gemeenten versterkt in het geloof en ze namen met de dag in omvang toe. Daarna trokken ze door Frygië en de landstreek Galatië, omdat zij door de heilige Geest ervan weerhouden waren het woord te verkondigen in Asia. In Mysië gekomen maakten zij aanstalten om naar Bitynië te reizen maar de Geest van Jezus stond hun dit niet toe. Zij trokken dus door Mysië en gingen naar Troas. Daar had Paulus ’s nachts een visioen er stond een Macedoniër voor hem die hem smeekte: “Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp. ”Na zijn visioen zochten wij onmiddellijk een gelegenheid naar Macedonië te vertrekken, want we maakten er uit opdat God ons geroepen had om hun het Evangelie te verkondigen.

 

Joh. 15, 18-21

Gij zijt niet van de wereld maar Ik heb u uit de wereld gekozen.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Als de wereld u haat bedenkt dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u. Als gij van de wereld zoudt zijn zou de wereld liefhebben wat haar toebehoort. Daar gij echter niet van de wereld zijt maar Ik u uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld u. Herinnert u wat Ik u gezegd heb: een dienaar staat niet boven zijn heer. Als ze Mij vervolgd hebben zullen ze ook u vervolgen. Als ze mijn woord onderhouden hebben zullen ze ook het uwe onderhouden. Maar dit alles zullen zij u vanwege mijn Naam aandoen, want Hem die Mij gezonden heeft kennen zij niet.”

Lezing van de dag

08-05-2026    Vrijdag

Hand. 15, 22-31

De heilige Geest en wij hebben besloten u geen zwaardere last op te leggen dan het noodzakelijke.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen besloten de apostelen en de oudsten samen met de hele gemeente enige mannen uit hun midden te kiezen en met Paulus en Barnabas naar Antiochië te sturen: Judas, bijgenaamd Barsabbas ,en Silas, mannen van aanzien onder de broeders, en hun het volgende schrijven mee te geven: “De apostelen en de oudsten zenden hun broederlijke groet aan de broeders uit de heidenen in Antiochië, Syrië en Cilicië. Daar wij gehoord hebben dat sommige van ons u door woorden in verwarring hebben gebracht en uw gemoederen hebben verontrust, zonder dat ze van ons enige opdracht hadden gekregen, hebben wij eenstemmig besloten enige mannen uit te kiezen en naar u toe te sturen, in gezelschap van onze dierbare Barnabas en Paulus, mensen die zich geheel en al hebben ingezet voor de naam van onze Heer Jezus Christus. Wij hebben dus Judas en Silas afgevaardigd die ook mondeling hetzelfde zullen overbrengen. De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten u geen zwaardere last op te leggen dat dit onvermijdelijke :u te onthouden van spijzen die aan afgoden geofferd zijn, van bloed, van wat verstikt is en van ontucht. Als gij uzelf daarvoor in acht neemt zal het u goed gaan. Vaarwel! ”Na afscheid genomen te hebben reisden zij naar Antiochië. Daar riepen ze de gemeente bijeen en overhandigden de brief. Zij lazen hem en waren blij over de troostvolle inhoud.

 

Joh. 15, 12-17

Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied. Ik noem u geen dienaars meer want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb Ik vrienden genoemd want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u, en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.”

Lezing van de dag

07-05-2026     Donderdag

Hand. 15, 7-21

Ik ben van oordeel dat men hun die zich uit het heidendom tot God bekeren geen onnodige lasten moet opleggen.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen, nadat men veel heen en weer had gepraat over de besnijdenis, nam Petrus het woorden sprak tot de apostelen en de oudsten: “Mannen broeders, gij weet dat God reeds lang geleden mij onder u heeft uitgekozen, opdat de heidenen door mijn mond het evangeliewoord zouden horen en het geloof aannemen. Welnu, God die de harten kent, heeft zich voor hen uitgesprokendoor hun de heilige Geest mee te delen juist als aan ons, en Hij heeft in geen enkel opzichtonderscheid gemaakt tussen ons en hen, maar hun harten door het geloof gereinigd. Waarom wilt gij God dan nu tarten door de leerlingen een juk op de hals te leggen, dat noch onze vaderen noch wij in staat geweest zijn te dragen? Integendeel, juist zoals zij, geloven ook wij door de genade van de Heer Jezus gered te worden. ”De hele vergadering zweeg, en men luisterde naar Barnabas en Paulus die van de grote wondertekenen verhaalden die God door hen onder de heidenen gedaan had. Toen zij waren uitgesproken nam Jakobus het woord en sprak: “Mannen broeders, luistert naar mij. Simeon heeft ons uiteengezet, hoe God eertijds genadig heeft neergezien en uit de heidenen zich een volk heeft gekozen. Hiermee stemmen de woorden der profeten overeen, zoals geschreven staat:

Daarna zal Ik terugkeren en het vervallen huis van David weer opbouwen. Ja, zijn ruïnen zal Ik weer opbouwen en Ik zal ze volledig herstellen, opdat de rest van de mensen de Heer zullen zoeken samen met alle heidenen, over wie mijn Naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer die deze dingen doet: van eeuwigheid zijn ze bekend.

Daarom ben ik voor mij van oordeel dat men geen onnodige lasten moet opleggen aan hen die zich uit het heidendom tot God bekeren, maar hun wel moet voorschrijven zich te onthouden van wat door de afgoden besmet is, van ontucht, van wat verstikt is en van bloed. Want van oudsher heeft Mozes in elke stad mensen die hem op sabbat in de synagoge voorlezen en prediken.”

 

Joh. 15, 9-11

Blijft in mijn liefde opdat uw vreugde volkomen moge worden.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zoals de Vader Mij heeft liefgehad zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik u opdat mijn vreugde in u moge zijnen uw vreugde volkomen moge worden.”

 

Lezing van de dag

06-05-2026    Woensdag

Hand. 15, 1-6

Een strijdvraag wordt voorgelegd aan de apostelen en de oudsten in Jeruzalem.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen waren er enige mensen die van Judea waren gekomenen aan de broeders de leer verkondigden: “Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik laat besnijden, kunt ge niet gered worden.” Toen hierover strijd ontstonden Paulus en Barnabas in een felle woordenwisseling met hen raakten, droeg men Paulus en Barnabas en enkele andere leden van de gemeente op met deze strijd vraag naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan. Nadat hun door de gemeente uitgeleide was gedaan reisden zij door Fenicië en Samaria, waar ze alle broeders grote vreugde bereidden door te vertellen van de bekering der heidenen. Bij hun aankomst te Jeruzalem werden zij ontvangen door de gemeente, de apostelen en de oudsten, en zij verhaalden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht. Maar enige gelovigen, afkomstig uit de partij der Farizeeënstonden op en verklaarden dat men hen moest besnijden, en hun moest opleggen de Wet van Mozes te onderhouden. De apostelen en de oudsten kwamen dus bijeen om deze zaak te bezien.

 

Joh. 15, 1-8

Wie in Mij blijft terwijl Ik blijf in hem die draagt veel vrucht.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Elke rank aan Mij die geen vrucht draagt snijdt Hij af; en elke die wel vrucht draagt zuivert Hij, opdat zij meer vrucht mag dragen. Gij zijt al rein dank zij het woord dat Ik tot u gesproken heb. Blijft in Mij dan blijf Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin als gij niet blijft in Mij. Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft terwijl Ik blijf in hem die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets. Als iemand niet in Mij blijft wordt hij weggeworpen als de rank en verdort; men brengt ze bij elkaar, gooit ze in het vuur en ze verbranden. Als gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven vraagt dan wat gij wilt en gij zult het krijgen. Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt: dat gij rijke vruchten draagt;   zo zult gij mijn leerlingen zijn.”

Lezing van de dag

05-05-2026     Dinsdag

Hand. 14, 19-28

Zij vertelden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht. 

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen kwamen er Joden van Antiochië en Ikonium die het volk ompraatten. Daarom stenigden zij Paulus en sleepten hem buiten de stad in de mening dat hij dood was. Maar toen de leerlingen om hem heen waren gaan staan richtte hij zich op en ging weer de stad binnen. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe. Nadat zij in die stad het Evangelie hadden verkondigden vele leerlingen hadden gewonnen, keerden zij naar Lystra, Ikonium en Antiochië terug. Daar bevestigden zij de leerlingen in hun goede gesteldheid, spoorden hen aan in het geloof te volharden en zeiden dat wij door vele kwellingen het Rijk Gods moeten binnengaan. In elke gemeente stelden zij na gebed en vasten oudsten voor hen aan,en vertrouwden hen toe aan de Heer in wie zij nu geloofden. Zij reisden door Pisidië naar Pamfylië, predikten het woord in Perge en bereikten Attalia. Daar gingen ze scheep naar Antiochië vanwaar zij, aan Gods genade aanbevolen waren uitgegaan naar het werk dat zij volbracht hadden. Na hun aankomst riepen zij de gemeente bijeen en vertelden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht, en hoe Hij voor de heidenen de poort van het geloof had geopend. Geruime tijd brachten ze daar bij de leerlingen door.

 

Joh. 14, 27-31a

Mijn vrede geef Ik u.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft geef Ik hem u. Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden. Gij hebt Mij horen zeggen: Ik ga heen maar Ik keer tot u terug. Als gij Mij zoudt liefhebben zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga want de Vader is groter dan Ik. Nu, eer het gebeurt zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven. Veel zal Ik niet meer met u sprekenwant de vorst van de wereld is op komst. Weliswaar vermag hij niets tegen Mij, maar de wereld moet weten dat Ik de Vader lief heb en dat Ik handel zoals Hij Mij bevolen heeft.”

Lezing van de dag

04-05-2026    Maandag

Hand. 14, 5-18

Gij moet u afkeren van de waardeloze goden en u wenden tot de levende God.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Toen de heidenen en de Joden van Ikonium samen met hun overhedenaanstalten maakten om Paulus en Barnabas te mishandelen en te stenig en, namen zij, zodra zij dit bemerkten, de wijk naar de Lykaonische steden, Lystra, Derbe en hun omstreken. Ook daar predikten zij het Evangelie. Er was in Lystra een mandie geen kracht in zijn voeten had en moest blijven zitten. Hij was van zijn geboorte af lam en had nooit kunnen lopen. Terwijl die man naar Paulus’ toespraak luisterde, keek deze hem onderzoekend aan en zag dat hij het geloof bezat om gered te worden. Daarom sprak hij met stemverheffing: “Ga op uw voeten staan, rechtop! ”De man sprong op en liep rond. Toen de mensen zagen wat Paulus gedaan had begonnen ze te schreeuwen en ze riepen in het Lykaonisch:“De godenzijn in mensengedaante tot ons neergedaald. ”Barnabas noemden ze Zeus en Paulus, omdat hij de woordvoerder was, Hermes .De priester van de tempel Zeus-buiten-de-stad bracht bekranste stieren naar de poorten en wilde samen met het volk een offer gaan opdragen. Toen de apostelen Barnabas en Paulus dit vernamen scheurden ze hun kleren en stortten zich tussen het volk, luid roepend: “Mannen, wat gaat ge nu beginnen? Ook wij zijn mensen juist als gij. Wij brengen u de Blijde Boodschap dat gij u af moet keren van deze waardeloze god en, en u wenden tot de levende God die de hemel en de aarde gemaakt heeften de zee en alles wat daarin is. In de voorbije tijden liet Hij alle volken hun gang gaan, maar Hij heeft niet nagelaten getuigenis van zichzelf te gevendoor het schenken van weldaden: vanuit de hemel schonk Hij u immers regen en vruchtbare jaargetijden en verblijdde u met overvloed van voedsel.” Maar zelfs deze woorden konden het volk er maar nauwelijks van weerhouden hun een offer op te dragen.

 

Joh. 14, 21-26

De Helper die de Vader zal zenden, Hij zal u alles leren.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Wie mijn geboden onderhoudt die hij heeft ontvangen, hij is het die Mij lief heeft. En wie Mij lief heeft zal door mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen en zal Mij aan hem openbaren. ”Judas – niet Iskariot – zei tot Hem: “Heer, hoe komt het dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld? ”Jezus gaf hem ten antwoord: “Als iemand Mij lief heeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebbenen Wij zullen tot Hem komen en verblijf bij Hem nemen. Wie Mij niet lief heeft onderhoudt mijn woorden niet; het woord dat gij hoort is niet van Mij maar van de Vader die Mij gezonden heeft. Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben, maar de Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.”

Lezing van de dag

03/05/2025       Zondag

Hand. 6, 1-7

Zij kozen zeven mannen vol van de Heilige Geest.

Lezing uit de Handelingen van de apostelen

In die dagen, toen het aantal leerlingen toenam, begonnen de Hellenisten tegen de Hebreeën te morren, omdat bij de dagelijkse ondersteuning hun weduwen achtergesteld werden. De twaalf riepen nu de menigte leerlingen bijeen en zeiden: “Het past niet dat wij het woord van God verwaarlozen om aan tafel te bedienen. Ziet dus uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van goede faam, vol van Geest en wijsheid, die wij zullen aanstellen voor deze taak, terwijl wij zullen volharden in het gebed en in de bediening van het woord. ”Het voorstel vond instemming bij de hele menigte en zij kozen Stéfanus, een man vol van geloof en van de Heilige Geest, Filippus, Próchorus, Nikánor, Timon, Parménas en Nikoláüs, een proseliet uit Antiochië. Dezen werden aan de apostelen voorgedragen, die na gebed hun de handen oplegden. Het woord van God bleef zich verspreiden en het aantal leerlingen in Jeruzalem nam sterk toe; ook een grote menigte priesters gehoorzaamde aan het geloof.

 

I Petr. 2, 4-9

Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap.

Lezing uit de Eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Treedt toe tot de Heer, de levende steen, door mensen verworpen, maar uitverkoren en kostbaar voor God. Laat ook uzelf als levende stenen opbouwen tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap dat geestelijke offers opdraagt die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus. Daarom staat er in de Schrift: “Zie, Ik leg in Sion een hoeksteen, uitverkoren en kostbaar, en wie in Hem gelooft, zal zeker niet worden teleurgesteld. ”Kostbaar, dat geldt voor u die gelooft, maar voor de ongelovigen geldt: “De steen die de bouwers hebben afgekeurd, die is tot hoeksteen geworden”, en “een steen des aanstoots, een rots waar zij over struikelen. ”Zij stoten zich, omdat zij het woord niet gehoorzamen; en daartoe waren zij ook bestemd. Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk, verworven om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht.

 

Joh. 14, 1-12

Ik ben de weg en de waarheid en het leven.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Laat uw hart niet ontsteld worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van mijn Vader zijn vele verblijven. Als dit niet zo was, zou Ik u dan gezegd hebben: Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden? En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat waar Ik ben, ook gij zult zijn. En waar Ik heenga — gij kent de weg. ”Thomas zei tot Hem: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe kunnen wij de weg dan kennen? ”Jezus zei hem: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader, tenzij door Mij. Als gij Mij zoudt kennen, zoudt  gij ook mijn Vader kennen. En vanaf nu kent gij Hem en hebt gij Hem gezien. ”Hierop zei Filippus Hem: “Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg. ”Jezus zei hem: “Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hoe kunt ge dan zeggen: ‘Toon ons de Vader?’ Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werken doet. Gelooft Mij: Ik blijf in de Vader en de Vader in Mij. Of gelooft het anders omwille van de werken. Amen, amen, Ik zeg u:wie gelooft in Mij, ook hij zal de werken doen die Ik doe, en grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga.”

Lezing van de dag

02-05-2026    Zaterdag

Hand. 13, 44-52

Wij richten ons voortaan tot de heidenen.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen om naar het woord van God te luisteren. Bij het zien van die grote menigte werden de Joden zeer afgunstig en beantwoordden de uiteenzetting van Paulus met  beschimpingen. Toen verklaarden Paulus en Barnabas in alle vrijmoedigheid: “Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden, maar omdat gij het afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt, daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen. Want aldus luidt de opdracht van de Heer tot ons: Ik heb u geplaatst als een licht voor de heidenen, opdat gij tot redding zoudt strekken tot aan het uiteinde van de aarde. ”Toen de heidenen dit hoorden waren zij verheugd en verheerlijkten het woord van God, en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd namen het geloof aan. Het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek, maar de Joden hitsten de godvrezende vrouwen op die uit de toonaangevende kringen kwamen en ook de voornaamste burgers uit de stad; zij veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verjoegen hen uit hun gebied. Dezen schudden het stof van hun voet en ten teken dat zij met hen gebroken hadden en gingen naar Ikonium. De leerlingen echter waren vervuld van vreugde en van de heilige Geest.

 

Joh. 14, 7-14

Wie Mij ziet, ziet de Vader.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Als gij Mij zoudt kennen zoudt gij ook mijn Vader kennen. Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem. ”Hierop zei Filippus: “Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg. ”En Jezus weer: “Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet Filippus? Wie Mij ziet, ziet de Vader. Hoe kunt ge dan zeggen: Toon ons de Vader?Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werk verricht. Gelooft Mij: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Of gelooft het anders omwille van de werken. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:wie in Mij gelooft zal ook zelf de werken doen die Ik doe. Ja, grotere dan die zal hij doen omdat Ik naar de Vader ga. En wat gij ook zult vragen in mijn Naam, Ik zal het doen opdat de Vader moge verheerlijkt worden, in de Zoon. Als gij Mij iets zult vragen in mijn Naam zal Ik het doen.”

Lezing van de dag

01-05-2026   Vrijdag

Hand. 13, 26-33

God heeft de belofte vervuld door Jezus te doen verrijzen.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen, toen Paulus te Antiochië in Pisidië gekomen was ,zei hij in de synagoge: “Mannen broeders, zonen uit Abrahams geslacht en godvrezend en onder u:tot ons is dit woord van verlossing gezonden. Want doordat de inwoners van Jeruzalem en hun overheden Jezus niet erkend hebben maar veroordeeld, deden zij de uitspraken van de profeten in vervulling gaan die elke sabbat worden voorgelezen. Ofschoon ze geen enkele rechtsgrond konden vinden voor de doodstraf hebben ze van Pilatus geëist dat Hij ter dood gebracht werd. Toen ze alles hadden voltrokken wat over Hem geschreven staat, namen ze Hem van het kruishouten legden Hem in een graf. Maar God wekte Hem uit de doden open gedurende vele dagen verscheen Hij aan hen die Hem van Galilea naar Jeruzalem hadden vergezeld. Dezen zijn nu getuigen van Hem voor het volk. Wij dan verkondigen u de blijde boodschap, dat God de belofte aan de vaderen gedaan voor ons, hun kinderen vervuld heeft door Jezus te doen verrijzen, zoals ook geschreven staat in de tweede psalm: Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt.”

 

Joh. 14, 1-6

Ik ben de weg, de waarheid en het leven.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen. Ware dit niet zo dan zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn waar Ik ben. Gij weet waar Ik heenga en ook de weg daarheen is u bekend. ”Tomas zei tot Hem: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten wij dan de weg kennen? ”Jezus antwoordde hem: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.”

Lezing van de dag

30-04-2026    Donderdag

Hand. 13, 13-25

Uit het nakomelingschap van David heeft God Jezus de Verlosser doen voortkomen.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Het gezelschap van Paulus voer nu weg uit Pafos en begaf zich naar Perge in Pamfylië; daar scheidde Johannes zich van hen af en keerde naar Jeruzalem terug. Van Perge reisden ze verder en ze bereikten Antiochië in Pisidië, waar zij op de sabbat de synagoge binnengingen en plaats namen. Na de voorlezing van de Wet en de Profeten lieten de oversten van de synagoge hun zeggen: “Mannen broeders, indien ge een opwekkend woord tot het volk te zeggen hebt spreekt dan. ”Paulus stond op, wenkte met de hand en zei: “Mannen van Israël en godvrezend en, luistert .De God van dit volk Israël heeft onze vaderen uitverkoren, en het volk groot gemaakt tijdens het verblijf in Egypte en met machtige hand daaruit weggevoerd. Ongeveer veertig jaar heeft Hij hen in de woestijn met zorgen omringd; waarna Hij zeven volkeren in Kanaän vernietigd een hun het land in bezit gaf. Dit omvatte ongeveer vierhonderdvijftig jaren. Daarna gaf Hij hun rechters dit duurde tot aan de profeet Samuel. Hierna vroegen zij om een koningen God gaf hun Saul, de zoon van Kis, een man uit de stam Benjamin: veertig jaar lang. Nadat Hij hem verworpen had verhief Hij David tot hun koning. Van deze gaf Hij het getuigenis: Ik heb David gevonden, de zoon van Isaï, een man naar mijn hart die mijn wil in alles zal volbrengen. Uit zijn nakomelingschap heeft God volgens belofte voor Israël een Verlosser doen voortkomen, Jezus; nadat reeds Johannes vóór zijn optreden een doopsel van bekering had gepredikt aan heel het volk van Israël. Toen Johannes aan het einde van zijn loopbaan was zei hij: Wat ge meent dat ik ben ben ik niet; maar na mij komt iemand wiens schoeisel ik niet waard ben los te maken.”

 

Joh. 13, 16-20

Wie Hem opneemt die Ik zal zenden, neemt Mij op.

Nadat Jezus de voeten van zijn leerlingen had gewassen zei Hij tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:een dienaar staat niet boven zijn heer en een gezant niet boven degene die hem gezonden heeft. Wanneer gij dit beseft: zalig gij als gij er naar handelt. Ik kan dit niet van u allen zeggen. Ik weet wie Ik heb uitgekozen maar het Schriftwoord moet vervuld worden: Die mijn brood eet heft zijn hiel tegen Mij op. Nu reeds zeg Ik het u, vóórdat het gebeurt, opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven dat Ik ben. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:wie Hem aanvaardt die Ik zal zenden aanvaardt Mij, en wie Mij aanvaardt aanvaardt Hem die Mij gezonden heeft.”

Lezing van de dag

29-04-2606    Woensdag

I Joh. 1, 5-2, 2

Het bloed van Christus reinigt ons van elke zonde.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes.

Vrienden,

Dit is de boodschap die wij van Christus gehoord hebben en aan u doorgeven: God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis. Als wij beweren deel te hebben aan zijn leven terwijl onze wegen duister zijn liegen wij met woord en met daad. Maar als wij wandelen in het licht,– zoals Hij zelf is in het licht –dan hebben wij deel aan elkanders leven, terwijl het bloed van zijn Zoon Jezus ons reinigt van elke zonde. Als wij beweren zonder zonde te zijn bedriegen wij ons zelf en woont de waarheid niet in ons. Als wij onze zonden belijden, is Hij zo getrouw en genadig dat Hij onze zonden vergeeft en ons reinigt van alle kwaad. Maar als wij zeggen dat wij geen zonde bedreven hebben maken wij Hem tot een leugenaar; dan woont zijn woord niet in ons.

Kinderen, ik schrijf u met de bedoeling dat gij niet zoudt zondigen. Maar ook al zou iemand zonde bedrijven: wij hebben een voorspreker bij de Vader, Jezus Christus, die geheel zondeloos is, die al onze zonden goedmaakten niet alleen die van ons maar die van de hele wereld.

 

 

Mt. 11, 25-30

Deze dingen hebt Gij verborgen gehouden voor wijzen en verstandig en, maar geopenbaard aan kinderen.

In die tijd sprak Jezus: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandig en, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

 

Lezing van de dag

28-04-2026   Dinsdag

Hand. 11, 19-26

Zij richtten zich ook tot de Grieken en verkondigden hun de Heer Jezus.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen trokken zij die vanwege de vervolging verspreid waren, verder tot Fenicië, Cyprus en Antiochië toe, terwijl zij het woord alleen maar aan de Joden predikten. Maar er waren onder hen mannen uit Cyprus en Cyrene, die na hun aankomst te Antiochië zich ook tot de Grieken richttenen hun de Heer Jezus verkondigden. De hand des Heren was met hen, zodat een groot aantal het geloof aannamen zich tot de Heer bekeerde. Het gerucht over hun optredenkwam ook de kerk wan Jeruzalem ter oreen men vaardigde Barnabas af naar Antiochië. Toen deze daar aankwamen Gods genade zag, verheugde hij zichen wekte allen op met hart en ziel de Heer trouw te blijven. Hij was een goed man, vol van de heilige Geest en geloof. Veel mensen werden voor de Heer gewonnen. Daarop vertrok hij naar Tarsus om Saulus te gaan zoeken. Toen hij hem gevonden had, bracht hij hem naar Antiochië. Een vol jaar namen zij deel aan de bijeenkomsten in die gemeent een gaven onderricht aan een grote menigte. Het was in Antiochië dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd.

 

Joh. 10, 22-30

Ik en de Vader, Wij zijn één.

In die tijd werd te Jeruzalem het feest van de tempelwijding gevierd. Het was winteren Jezus hield zich op in de tempel, in de Zuilengang van Salomo. De Joden kwamen in een kring om Hem heen staan en zeiden tot Hem: “Hoelang houdt Gij ons nog in spanning? Als Gij de Messias zijt, zeg het ons dan ronduit. ”Jezus gaf hun ten antwoord: “Ik heb het u gezegd, maar gij gelooft het niet. De werken die Ik in naam van mijn Vader doe, zij leggen getuigenis over Mij af. Maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken zeen zij volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven. Ik en de Vader, Wij zijn één.”

Lezing van de dag

27-04-2026   Maandag

Hand. 11, 1-18

God heeft ook aan de heidenen de bekering ten leven geschonken.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen hoorden de apostelen en de broeders in Judea dat ook de heidenen het woord van God hadden aangenomen. Toen Petrus dan in Jeruzalem kwam maakten de gelovigen uit de besnijdenis hem het verwijt: “Gij hebt het huis van onbesneden en betredenen gij hebt met hen gegeten. ”Nu begon Petrus hun een geregeld verslag te geven “Ik was– zo zei hij –in de stad Joppe aan het bidden toen ik in een geestverrukking een visioen zag: een voorwerp, in de vorm van een groot laken, dat aan de vier punten uit de hemel werd neergelaten, daalde uit de hemel en kwam tot vlak bij mij. Ik keek er naar met gespannen aandacht en zag viervoetige dieren, wilde beesten, kruipende dieren en vogels. Bovendien hoorde ik een stem die tot mij zei: Komaan Petrus, slacht en eet. Maar ik zei: Dat in geen geval, Heer, want nooit kwam er iets onheilige of onreins in mijn mond. Maar de stem uit de hemel liet zich een tweede maal horen en gaf mij ten antwoord: Beschouw niet als onheilig wat God rein heeft verklaard. Dit gebeurde tot drie keer toe en toen werd alles weer naar de hemel opgetrokken. Terstond daarop vervoegden zich drie mannen bij het huis waar we verbleven, ze waren uit Caesarea naar mij toegezonden. De Geest beval mij zonder bedenken met hen mee te gaan. Ook deze zes broeders gingen met mij mee en wij traden het huis van die man binnen. Hij vertelde ons hoe hij een engel in zijn huis had zien staan die zei: Zend iemand naar Joppe om Simon, bijgenaamd Petrus, te halen. Die zal u zeggenop welke wijze gij en heel uw huis redding kunt vinden. Juist was ik begonnen te spreken toen de heilige Geest op hen neerkwam zoals in het begin ook op ons. Toen dacht ik terug aan het woord van de Heer, hoe Hij gezegd had: Johannes doopte met water maar gij zult gedoopt worden met de heilige Geest. Indien God hun nu dezelfde gave gegeven heeft als aan ons die reeds geloofden in de Heer Jezus Christus, hoe zou ik dan in staat geweest zijn God tegen te houden? ”Toen zij dat gehoord hadden waren zij gerustgesteld en zij verheerlijkten God met de woorden: “Zo heeft God dan ook aan de heidenen de bekering ten leven geschonken.”

 

Joh. 10, 1-10

Ik ben de deur van de schapen.

In die tijd zei Jezus: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie niet door de deur maar langs een andere weg de schaapskooi binnen gaat, hij is een dief en een rover. Maar wie door de deur binnengaat is de herder van de schapen. Hem doet de deurwachter open. De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht trekt hij voor hen uit, terwijl zij hem volgen omdat zij zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen ze niet volgen; integendeel, zij zullen van hem wegvluchten omdat ze de stem van vreemden niet kennen. ”Deze gelijkenis vertelde Jezus hun, maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen. Een andere keer zei Jezus tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen. Allen die vóór Mij zijn gekomen zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden. De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en te vernietigen; Ik ben gekomen opdat zij leven zouden bezitten, en wel in overvloed.”

Lezing van de dag

26-04-2026 Zondag

Hand. 2, 14a. 36-41

God heeft Hem tot Heer en Christus gemaakt.

Lezing uit de Handelingen van de apostelen

Op de dag van Pinksterenstond Petrus op, samen met de elf, verhief zijn stem en sprak tot hen:

“Heel het huis van Israël moet er zeker van zijn, dat God Hem tot Heer en tot Christus heeft gemaakt, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt. ”Toen zij dit hoorden, werden zij diep in het hart getroffenen zeiden tot Petrus en de overige apostelen: “Wat moeten we doen, mannenbroeders? ”Petrus gaf hun ten antwoord: “Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want die belofte geldt u, uw kinderen en allen ver weg, zovelen de Heer onze God roepen zal. ”Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af, en hij spoorde hen aan: “Redt u uit dit ontaarde geslacht. ”Zij nu die zijn woord aannamen, werden gedoopt, zodat zich op die dag ongeveer drieduizend mensen aansloten.

 

I Petr. 2, 20b-25

Gij zijt teruggekeerd naar de herder van uw zielen.

Lezing uit de Eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Geduldig verdragen dat gij te lijden hebt om uw goede daden, dat is genade bij God. Daartoe zijt gij immers geroepen, want ook Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten; opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden. Hij heeft geen zonde bedreven en in zijn mond is geen bedrog gevonden. Als Hij uitgescholden werd, schold Hij niet terug. Als men Hem leed aandeed, uitte Hij geen dreigementen. Hij liet zijn zaak over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. In zijn eigen lichaam heeft Hij zelf onze zonden op het kruishout gedragen, opdat wij, gestorven voor de zonden, zouden gaan leven voor gerechtigheid. Door zijn striemen zijt gij genezen. Want gij waart verdwaald als schapen, maar nu zijt gij teruggekeerd naar de herder en behoeder van uw zielen.

 

Joh. 10, 1-10

Ik ben de deur van de schapen.

In die tijd zei Jezus: “Amen, amen, Ik zeg u: wie niet door de deur de schaapsstal binnengaat, maar via een andere weg optrekt, hij is een dief en een rover. Maar wie door de deur binnengaat, is de herder van de schapen. Voor hem doet de deurwachter open. De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. Wanneer hij al de zijnen naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uiten de schapen volgen hem, omdat zij zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen ze zeker niet volgen; integendeel, zij zullen van hem wegvluchten, omdat ze de stem van vreemden niet kennen. ”Deze gelijkenis vertelde Jezus hun, maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen. Opnieuw sprak Jezus tot hen: “Amen, amen, Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen. Allen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden. De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en te vernietigen; Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden hebben en wel in overvloed.”

Lezing van de dag

25-04-2026    Zaterdag

I Petr. 5, 5b-14

U groet mijn zoon Marcus.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus.

Dierbaren,

Allen moeten zich in de omgang met elkaar laten leiden door nederigheid, want God weerstaat de hovaardigen maar aan de nederig en geeft Hij genade. Houdt u dan klein onder de sterke hand van God: Hij zal u te zijner tijd omhoogheffen. Schuift al uw zorgen op Hem af want Hij heeft zorg voor u. Weest nuchter, wordt wakker! Uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi om te verslinden. Weerstaat hem, sterk door het geloof. Ge weet dat soortgelijk lijden het deel is van uw broeders over heel de wereld. De God van alle genade die u in Christus tot zijn eeuwige heerlijkheid heeft geroepen, Hijzelf zal u na een korte tijd van lijden herstellen en bevestigen en stevig zetten op hechte grondslagen. Hem is de kracht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Ik beschouw Silvanus als een betrouwbaar medebroeder; met zijn hulp heb ik u dit kort woord van bemoediging geschreven. Het is mijn vaste overtuiging dat dit de ware genade van God is: houdt daarin stand!

U groet de zustergemeente in Babylon, evenals mijn zoon Marcus. Groet elkaar met de kus van de liefde.

Vrede voor u allen die in Christus zijt!

 

Mc. 16, 15-20

Verkondigt het evangelie aan heel de schepping.

In die tijd verscheen Jezus aan de elf en zei: “Gaat uit over de hele werelden verkondigt het evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden, maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden. En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven, nieuwe talen spreken, slangen opnemen; zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen; en als ze aan zieken de handen opleggen zullen dezen genezen zijn. ”Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen en Hij zit aan de rechterhand van God. Maar zij trokken uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woorddoor de tekenen die het vergezelden.

Lezing van de dag

24-04-2026   Vrijdag

Hand. 9, 1-20

Die man is mijn uitverkoren werktuig om mijn Naam uit te dragen onder de heidenen.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen ging Saulus, die in ziedende woede de leerlingen van de Heer met de dood bedreigde, naar de hogepriester aan wie hij brieven vroeg voor de synagogen in Damascus, om alle aanhangers van de nieuwe leer die hij daar zou vinden, mannen zowel als vrouwen, gevangen naar Jeruzalem te mogen voeren. Toen hij op zijn tocht Damascus naderde omstraalde hem plotseling een licht uit de hemel. Hij viel ter aarde en hoorde een stem die hem zei: “Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? ”Hij sprak: “Wie zijt gij Heer? ”Hij antwoordde: “Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad in; daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet. ”Zijn reisgezellen stonden sprakeloos, want zij hoorden wel de stem maar zagen niemand. Saulus stond van de grond op, maar hoewel zijn ogen open waren zag hij niets. Zij namen hem dus bij de handen brachten hem Damascus binnen. Drie dagen lang kon hij niet zien en at en dronk hij niet. Nu woonde er in Damascus een leerling die Ananias heette en tot hem sprak de Heer in een visioen:“Ananías.”Hij antwoordde: “Hier ben ik, Heer. ”De Heer vervolgde: “Begeef u naar de Rechte Straat en vraag in het huis van Judas naar Saulus van Tarsus; hij is juist in gebed. ”Deze zag reeds in een visioen een man, Ananias, binnenkomen en hem de handen opleggen opdat hij weer zou zien. Maar Ananias wierp tegen: “Heer, ik heb van velen gehoord hoeveel kwaad die man uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Ook hier heeft hij van de hogepriesters volmacht om allen die uw Naam aanroepen in boeien te slaan. ”De Heer beval hem: “Ga, want die man is mijn uitverkoren werktuig om mijn Naam uit te dragen onder heidenen en koningen en onder de zonen van Israël. Ik zal hem laten zienhoeveel hij om mijn Naam moet lijden. ”Toen begaf Ananías zich naar het huis, trad binnen en legde Saulus de handen op met de woorden: “Saul, broeder, de Heer heeft mij gezonden, Jezus die u op de weg hierheen verschenen is, opdat ge weer zien moogt en vervuld moogt worden van de heilige Geest. ”Op hetzelfde ogenblik vielen hem als het ware de schellen van de ogen. Hij zag wee ren terstond liet hij zich dopen. Hij nam voedsel tot zich en kwam weer op krachten. Enige tijd bleef hij bij de leerlingen in Damascus. Terstond begon hij in de synagoge Jezus te prediken en zei: “Deze is de Zoon Gods.”

 

Joh. 6, 52-59

Mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank.

In die dagen geraakten de Joden met elkaar in twisten zeiden: “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven? ”Jezus sprak daarop tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem. Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden benen leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet leven door Mij. Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vader en die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.”

Lezing van de dag

23-04-2026   Donderdag

Hand. 8, 26-40

Als ge van ganser harte gelooft, kunt ge gedoopt worden.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen sprak een engel van de Heer tot Filippus: “Begeef u op reis naar het zuiden en ga de weg op die van Jeruzalem naar Gaza loopt: deze is eenzaam. ”Hij begaf zich op reis. Terzelfder tijd bevond een Ethiopiër zich op de terugweg van een pelgrimstocht naar Jeruzalem; hij was een eunuch, een hoveling van Kándake, de koningin van de Ethiopiërs, en haar opperschatmeester. Gezeten in zijn reiskoets was hij de profeet Jesaja aan het lezen. De Geest sprak tot Filippus: “Ga naar die reiskoetsen blijf in de nabijheid. ”Toen Filippus er naar toe gegaan was hoorde hij hem de profeet Jesaja lezen. Hij vroeg hem: “Begrijpt ge wat ge leest? ”Maar de Ethiopiër antwoordde: “Hoe zou ik dat kunnen, als niemand mij daarin behulpzaam is? ”Hij nodigde Filippus uit in te stappen en bij hem te komen zitten. De schriftuurplaats die hij juist las was de volgende: Als een schaap werd Hij ter slachtbank geleid; en evenals een lam, stom tegen zijn scheerder, opende Hij zijn mond niet. Door zijn vernedering is zijn vonnis voltrokken. Wie zal zijn geslacht kunnen beschrijven? Want zijn leven wordt weggenomen van de aarde.

Nu richtte de eunuch het woord tot Filippus: “Mag ik u vragen van wie de profeet dit zegt? Van zichzelf of van iemand anders? ”Filippus begon te spreken en uitgaande van deze tekst verkondigde hij hem Jezus.

Al voortreizende kwamen ze bij een wateren de hoveling zei: “Hier is water. Wat is er op tegen dat ik gedoopt word? ”Filippus echter zei: “Als ge van ganser harte gelooft mag het. ”Hij gaf ten antwoord: “Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is. ”Hij liet de koets stil houden en beiden, Filippus en de eunuch daalden af in het wateren hij doopte hem. Toen zij uit het water gekomen waren rukte de Geest des Heren Filippus weg; de eunuch zag hem niet meer, en zette vol blijdschap zijn reis voort. Filippus echter werd aangetroffen in Azótus. Daar trok hij ronden predikte de Blijde Boodschap in alle steden totdat hij in Caesarea kwam.

 

Joh. 6, 44-51

Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald.

In die dagen zei Jezus tot de menigte: “Niemand kan tot Mij komen als de Vader die Mij zond hem niet trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Er staat geschreven bij de profeten: En allen zullen door God onderricht worden. Al wie naar de leer van de Vader geluisterd heeft komt tot Mij. Niet dat iemand de Vader gezien heeft: alleen Degene die uit God is, heeft de Vader gezien. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:wie gelooft heeft eeuwig leven. Ik ben het brood des levens. Uw vaderen die het manna gegeten hebben in de woestijn, zijn niettemin gestorven; maar dit brood daalt uit de hemel neer opdat wie ervan eet niet sterft. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld.”

Lezing van de dag

22-04-2026    Woensdag

Hand. 8, 1-8

Zij trokken rond en verkondigden het woord van de Blijde Boodschap.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Na de dood van Stefanus brak een hevige vervolging los tegen de kerk van Jeruzalem. Allen verspreidden zich over het platteland van Judea en Samaria, uitgezonderd de apostelen. Vrome mannen begroeven Stefanus en hielden een grote rouwklacht over hem. Saulus echter woedde tegen de kerk, waarbij hij het ene huis na het andere binnendrong, mannen en vrouwen wegsleepteen overleverde om gevangen gezet te worden. Zij nu, die zich verspreid hadden, trokken ronden verkondigden het woord van de Blijde Boodschap. Zo kwam Filippus in de stad van Samaria en predikte daar de Messias. Filippus’ woorden oogstten algemene instemming toen de mensen hoorden wat hij zei en toen zij de tekenen zagen die hij verrichtte. Uit vele bezetenengingen de onreine geesten onder luid geschreeuw wegen vele lammen en kreupelen werden genezen. Daarover ontstond grote vreugde in die stad.

 

Joh. 6, 35-40

Dit is de wil van mijn Vader, dat ieder die de Zoon ziet, eeuwig leven bezit.

In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen. Maar Ik zei u reeds dat gij toch niet gelooft, hoewel gij Mij hebt gezien. Al wat de Vader Mij geeft zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt zal Ik niet buitenwerpen. Ik ben immers uit de hemel neergedaald, niet om mijn eigen wil te doen maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft; en dit is de wil van Hem die Mij gezonden heeft, dat Ik niets van wat Hij Mij gegeven heeft verloren laat gaan maar het doe opstaan op de laatste dag. Dit is de wil van mijn Vader, dat ieder die, wanneer hij de Zoon ziet en in Deze gelooft, eeuwig leven bezit; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.”

Lezing van de dag

21-04-2026   Dinsdag

Hand. 7, 51-8. 1a

Heer Jezus, ontvang mijn geest.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen sprak Stefanus tot het volk, tot de oudsten en de schrift geleerden: “Hardnekkig en en onbesneden en van hart en oor, nog altijd weerstreeft gij de heilige Geest juist zoals uw vaderen deden. Wie van de profeten zijn door uw vaderen niet vervolgd? Gedood hebben ze hen die de komst aankondigden van de Rechtvaardige, wiens verraders en moordenaars gij nu geworden zijt, gij nog wel die de Wet hebt ontvangen door bemiddeling van de engelen; maar ge hebt ze niet onderhouden! ”Toen ze dit hoorden werden ze woedend en ze knarsetandden tegen hem. Maar Stefanus, vervuld van de heilige Geest, staarde naar de hemel en zag Gods heerlijkheid en Jezus, staande aan Gods rechterhand; en hij riep uit: “Ik zie de hemel openen de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand. ”Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren toe en stormden als één man op hem af. Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. De getuigen legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman die Saulus heette. Terwijl zij Stefanus stenigden bad hij: “Heer Jezus ontvang mijn geest. ”Toen viel hij op zijn knieën en riep met luide stem: “Heer, reken hun deze zonde niet aan. ”Na deze woorden ontsliep hij. Saulus stemde in met de moord op deze man.

 

Joh. 6, 30-35

Niet Mozes, maar mijn. Vader geeft u het echte brood uit de hemel.

In die dagen zei de menigte tot Jezus: “Wat voor teken doet Gij dan welwaardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven? Wat doet Gij eigenlijk? Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven staat: Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten. ”Jezus hernam: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven; want het brood van God daalt uit de hemel neer en geeft leven aan de wereld. ”Zij zeiden tot Hem: “Heer, geef ons te allen tijde dat brood. ”Jezus sprak tot hen: “Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.”

Lezing van de dag

20-04-2026    Maandag

Hand. 6, 8-15

Zijn tegenstanders konden niet op tegen de wijsheid en tegen de geest waarmee Stefanus sprak.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen deed Stefanus, vol genade en kracht, grote wondertekenen onder het volk. Sommige leden echter van de zogenaamde synagoge der Vrijgelatenen, Cyreneeërs en Alexandrijnen en sommige mensen uit Cilicië en Asia begonnen met Stefanus te redetwisten, maar zij konden niet op tegen de wijsheiden tegen de geest waarmee hij sprak. Toen stookten zij heimelijk mannen op om te verklaren: “Wij hebben hem lastertaal horen sprekentegen Mozes en tegen God. ”Tegelijkertijd ruiden zij zowel het volk als de oudsten en schrift geleerden op. Onverhoeds maakten zij zich van hem meesteren brachten hem voor het Sanhedrin, waar men valse getuigen liet optreden die beweerden: “Die man houdt niet op te spreken tegen de heilige plaats en tegen de Wet. Want wij hebben hem horen zeggen dat die Nazoreeër Jezus deze plaats zal afbreken, en de voorschriften zal veranderen, die Mozes ons heeft overgeleverd. ”Alle leden van het Sanhedrin vestigden hun blik op hemen zagen dat zijn gelaat leek op dat van een engel.

 

Joh. 6, 22-29

Werkt niet voor het voedsel dat vergaat maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven.

Het volk dat aan de ene kant van het meer was gebleven na de wonderbare brood vermenigvuldiging, had gezien dat daar maar één bootje gelegen had, dat Jezus niet met zijn leerlingen was scheep gegaan maar dat zijn leerlingen alleen waren vertrokken. De volgende dag echter kwamen er bootjes uit Tiberiasdicht bij de plaats waar men het brood had gegeten na het dankgebed van de Heer. Toen de mensen bemerkten dat noch Jezus noch zijn leerlingen daar waren, gingen zij in de boten en voeren in de richting van Kafarnaüm op zoek naar Jezus. Zij vonden Hem aan de overkant van het meer en zeiden: “Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen? ”Jezus nam het woord en zei: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:Niet omdat gij tekenen gezien hebt zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild. Werkt niet voor het voedsel dat vergaat maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven en dat de Mensenzoon u zal geven. Op Hem immers heeft de Vader, God zelf, zijn zegel gedrukt. ”Daarop zeiden zij tot Hem: Welke werken moeten wij voor God verrichten? ”Jezus gaf hun ten antwoord: “Dit is het werk dat God van u vraagt: te geloven in Degene die Hij gezonden heeft.”

Lezing van de dag

19-04-2026   Zondag

Hand. 2, 14. 22-33

Het was onmogelijk, dat Hij door de dood werd vastgehouden.

Lezing uit de Handelingen van de apostelen

Op de dag van Pinksterenstond Petrus op, samen met de elf, verhief zijn stem en sprak tot hen: “Joodse mannen en gij allen die in Jeruzalem woont, dit moet bij u bekend zijn en luistert naar mijn woorden.

Jezus de Nazoreeër was een man, u van Godswege aangewezen door machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht, zoals gij zelf weet. Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd ,hebt gij door de hand van wetteloze aan het kruis genageld en gedood. Hem heeft God opgewekt na de weeën van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Want David zegt over Hem: ‘De Heer had ik voor ogen, altijd door ,Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is mijn hart verheugd en jubelt mijn tong; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, want Gij zult mijn ziel niet overlaten aan het dodenrijken uw Heilige geen bederf laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn.’ Mannenbroeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen over de aartsvader David, dat hij gestorven en begraven is; en zijn graf is bij ons tot op deze dag. Welnu, omdat hij een profeet was en wist, dat God hem een eed gezworen had dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, zei hij met een vooruitziende blik over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijken dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. Verheven nu aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde Heilige Geest van de Vader ontvangen en Deze uitgestort, zoals gij ziet en hoort.”

 

I Petr. 1, 17-21

Gij zijt vrijgekocht met het kostbaar Bloed van Christus als van een lam zonder vlek.

Lezing uit de Eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Indien gij Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons oordeelt overeenkomstig ieders werk, leeft dan in vrees tijdens uw verblijf in den vreemde. Gij weet immers, dat gij niet met vergankelijke dingen, met zilver of goud, zijt vrijgekocht uit uw zinloze leven, dat gij van uw vaderen hebt geërfd, maar met het kostbaar Bloed van Christus als van een lam zonder vlek of gebrek. Hij die gekend was vóór de grondlegging van de wereld, is op het einde van de tijden verschenen omwille van u die door Hem gelooft in God, die Hem heeft opgewekt uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof ook hoop op God is.

 

Lc. 24, 13-35

Zij herkenden Hem aan het breken van het brood.

Zie, twee van de leerlingen van Jezuswaren op die dag — de eerste van de week — op weg naar een dorp, dat op zestig stadiën van Jeruzalem lag en Emmaüs heette. Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. En terwijl zij zich hierover onderhielden en van gedachten wisselden, gebeurde het dat Jezus zelf naderde en met hen meeliep. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun: “Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert? ”Met een bedrukt gezicht bleven ze staan .Een van hen, Kléopas genaamd, antwoordde Hem: “Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar in deze dagen gebeurd is? ”Hij vroeg hun: “Wat dan? ”Ze antwoordden Hem: “Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en heel het volk; hoe onze hogepriesters en overheden Hem hebben overgeleverd om ter dood te worden veroordeeld en hoe ze Hem hebben gekruisigd .En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. Bovendien hebben een paar vrouwen uit ons midden ons versteld doen staan; nadat ze in de vroegte naar het graf waren geweest, en zijn lichaam niet gevonden hadden, kwamen ze zeggen, dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gezien, die zeiden dat Hij leeft. Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet. ”Nu sprak Hij tot hen: “O gij die onverstandig zijt en traag van hart om te komen tot geloof in alles wat de profeten gezegd hebben! Moest de Christus dat alles niet lijden en zo zijn heerlijkheid binnengaan? ”En beginnend met Mozes en alle profeten verklaarde Hij hun wat in al de Schriften over Hem geschreven staat.  Ze naderden het dorp waarnaar ze op weg waren, en Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Maar zij drongen bij Hem aan: “Blijf bij ons, want het wordt avond en de dag loopt al ten einde. ”Toen ging Hij naar binnen om bij hen te blijven. Terwijl Hij met hen aanlag, nam Hij het brood, sprak de zegenbede uit, brak het en gaf het hun. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: “Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften opende? ”Ze stonden onmiddellijk op, keerden naar Jeruzalem terug en vonden de elf bijeen samen met degenen die bij hen waren. Dezen zeiden: “De Heer is waarlijk verrezen en aan Simon verschenen. ”En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.

Lezing van de dag

18-08-2024  Zaterdag

Hand. 6, 1-7

De apostelen kozen zeven mannen, vol geloof en heilige geest.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen, toen het aantal leerlingen steeds toenam, begonnen de Hellenisten tegen de Hebreeën te morren, omdat bij de dagelijkse ondersteuning hun weduwen achtergesteld werden .De twaalf riepen nu de leerlingen in vergadering bijeen en zeiden: “Het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen door de zorg voor de ondersteuning. Ziet dus uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van goede faam, vol van geest en wijsheid. Hen zullen wij dan met dit ambt bekleden, terwijl wij onszelf zullen blijven wijden aan het gebeden aan de bediening van het woord. ”Dit voorstel vond instemming bij de gehele vergaderingen zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige geest, Filippus, Próchorus, Nikánor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. Dezen werden aan de apostelen voorgedragen, die na gebed hun de handen oplegden. Het woord Gods breidde zich uiten het aantal leerlingen in Jeruzalem vermeerderde sterk; ook een groot aantal priesters gaf zich gewonnen aan het geloof.

 

Joh. 6, 16-21

Zij zagen Jezus wandelen op het meer.

Toen het avond werd daalden de leerlingen van Jezus naar het meer af. Zij gingen scheepen zetten koers naar de overkant van het meer, in de richting van Kafarnaüm. Toen de duisternis reeds was ingevallen was Jezus nog niet bij hen gekomen. Het meer werd woelig want er stond veel wind. Na ongeveer vijfentwintig of dertig stadiën geroeid te hebben zagen zij Jezus te voet over het meer tot vlak bij de boot komen en zij werden bevreesd. Maar Jezus sprak tot hen: “Ik ben het, weest niet bang . ”Zij wilden Hem aan boord nemen, maar vlak daarop bereikte de boot de kust waarheen zij op weg waren.

Lezing van de dag

17-04-2026  Vrijdag

Hand. 5, 34-42

Zij gingen heen, verheugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van de naam van Jezus.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen was er in het Sanhedrin een Farizeeër, Gamaliël, een wetgeleerde die bij het gehele volk in aanzien stond. Hij liet de apostelen een ogenblik naar buiten brengen. Daarop zei hij: “Mannen van Israël, bedenkt wel wat gij met deze mannen gaat doen. Vóór onze tijd immers trad Teudas op, die beweerde dat hij iemand van betekenis was en bij wie zich een groep van ongeveer vierhonderd man aansloot. Hij werd gedood en allen die op hem vertrouwden, werden uiteengejaagd. Na hem, in de dagen van de volkstelling trad Judas de Galileeër open sleepte veel volk mee, en allen die op hem vertrouwden, werden verstrooid. Wat ons geval betreft zeg ik u:bemoeit u niet met deze mensen maar laat ze hun gang gaan. Gaat deze opzet of dit werk van mensen uit, dan zal het op niets uitlopen. Gaat het echter van God uit, dan zult gij hen niet uiteen kunnen slaan; anders zou misschien blijken dat gij tegen God in verzet zijt. ”Zij lieten zich door hem overreden. Zij riepen de apostelen, lieten hen geselen, verboden hun te spreken in de naam van Jezus en stelden hen in vrijheid. De apostelen verlieten het Sanhedrinverheugd dat ze waardig bevonden warensmaad te lijden omwille van de naam van Jezus. Zij gingen door met dagelijks in de tempel en in de huizen onderricht te geven en de blijde Boodschap te verkondigen dat Jezus de Messias is.

 

Joh. 6, 1-15

Hij liet de broden en de vissen uitdelen onder de mensen die daar zaten, zoveel men maar wilde.

In die dagen begaf Jezus zich naar de overkant van het meer van Galilea, bij Tiberias. Een grote menigte volgde Hem omdat zij de tekenen zagen die Hij aan de zieken deed. Jezus ging de berg open zette zich daar met zijn leerlingen neer. Het was kort voor Pasen, het feest van de Joden. Toen Jezus zijn ogen opsloegen zag dat er een grote menigte naar Hem toekwam vroeg Hij aan Filippus: “Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?”– Dit zei Hij om hem op de proef te stellen, want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen. –Filippus antwoordde Hem: “Wil ieder ook maar een klein stukje krijgen dan is voor tweehonderd Denarie brood nog te weinig. ”Een van zijn leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus merkte op: “Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen maar wat betekent dat voor zo’n aantal? ”Jezus echter zei: “Laat de mensen gaan zitten. ”Er was daar namelijk veel gras. Zij gingen dan zitten; het aantal mannen bedroeg ongeveer vijfduizend. Toen nam Jezus de broden en na het dankgebed gesproken te hebben liet Hij ze uitdelen onder de mensen die daar zaten, alsmede de vissen, zoveel men maar wilde. Toen ze verzadigd waren zei Hij tot zijn leerlingen: Haalt nu de overgebleven brokken op om niets verloren te laten gaan. ”Zij haalden ze open vulden van de vijf gerstebroden twaalf manden met brokken, welke door de mensen na het eten overgelaten waren. Toen de mensen het teken zagen dat Hij had gedaan zeiden ze: “Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen. ”Daar Jezus begreep dat zij zich van Hem meester wilden maken om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen, trok Hij zich weer in het gebergte terug ,geheel alleen.

Lezing van de dag

16-04-2026     Donderdag

Hand. 5, 27-33

Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen namen de dienaren van de bevelhebber de apostelen mee en brachten hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon hen te ondervragen: “Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden in die Naam onderricht te geven? Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen. ”Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis te slaan. Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israël bekeringen kwijtschelding van zonden te schenken. Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen. ”Toen zij dit hoorden ontstaken zij in woede en besloten hen te doden.

 

Joh. 3, 31-36

De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven.

“Wie van boven komtstaat boven allen. Wie van de aarde is behoort tot de aarde en spreekt de taal van de aarde. Wie uit de hemel komt staat boven allen. Hij legt getuigenis af van wat Hij zag en hoorde, maar toch aanvaardt niemand zijn getuigenis. Wie zijn getuigenis wel aanvaardt bezegelt daarmee dat God waarachtig is. Want Hij, die door God gezonden is spreekt Gods eigen woorden: zo mateloos schenkt God zijn Geest. De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven. Wie in de Zoon gelooft heeft het eeuwig leven. Wie weigert in de Zoon te geloven zal het leven niet zien, integendeel, de toorn Gods blijft op hem.”

Lezing van de dag

15-04-2026    Woensdag

Hand. 5, 17-26

De mannen die gij in de kerker hebt gezet bevinden zich in de tempel en onderrichten het volk.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen werden de hogepriester en heel zijn aanhang, die de partij der Sadduceeën vormden met hevige afgunst vervuld. Zij grepen de apostelen en zetten hen in de stadsgevangenis. Maar in de nacht ontsloot een engel des Heren de deuren van de gevangenis, leidde hen naar buiten en zei: “Gaat, treedt weer op in de tempelen predikt aan het volk al deze woorden des Levens. ”Zij gaven hieraan gehoor, gingen tegen de morgen naar de tempelen gaven er onderricht. Toen nu de hogepriester kwam met de zijnen riepen zij het Sanhedrin bijeen, de raad der oudsten van het volk van Israël stuurden dienaren naar de gevangenis om hen te halen. Maar bij aankomst vonden de dienaren hen niet meer in de kerker. Zij keerden terug met het bericht: “Wij vonden de gevangenis stevig op sloten de wachten voor de deuren op hun post, maar toen wij opendeden troffen wij niemand aan. ”Toen zij dit vernamen vroegen de tempelcommandant en de hogepriesters,– ongerust daarover –zich af wat voor gevolgen dit zou kunnen hebben. Maar iemand kwam hun melden: “De mannen die gij in de kerker hebt gezet ,bevinden zich in de tempel en onderrichten het volk. ”Daarop ging de bevelhebber met zijn dienaren hen halen– maar zonder geweld te gebruiken, uit angst door het volk gestenigd te worden.

Joh. 3, 16-21

God heeft zijn Zoon naar de wereld gezonden, opdat de wereld door Hem zou worden gered.

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus: “Zozeer heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft is al geoordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon Gods. Hierin bestaat het oordeel: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht, omdat hun daden slecht waren. Ieder die slecht handelt heeft een afschuw van het lichten gaat niet naar het licht toe uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden, Maar wie de waarheid doet gaat naar het licht, opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.

Lezing van de dag  

14-04-2026 Dinsdag 

Handelingen 4, 32-37

Gemeenschapszin en groei van de gemeente; bedrog ontmaskerd.

De grote groep gelovigen was één van hart en ziel en er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel, alles stond ter beschikking van de gemeenschap. Met grote kracht legden de apostelen getuigenis af van de opstanding van de Heer Jezus, en zij werden allen rijkelijk begunstigd. Er was immers niemand onder hen die gebrek leed, want allen die grond of huizen bezaten verkochten hun bezit, gingen met de opbrengst naar de apostelen, en legden die aan hun voeten. Daarvan werd uitgedeeld aan een ieder, al naar gelang hij nodig had. Zo bezat Jozef, een Leviet die afkomstig uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas- dit betekent zoon van troost, gekregen had, een stuk grond; hij verkocht het, ging met het geld naar de apostelen en legde het aan hun voeten.

 

Johannes 3, 7-15 Jezus en Nikodemus

Wees dus niet verwonderd als Ik u zeg dat jullie opnieuw geboren moeten worden. De Geest is als de wind: hij waait waar hij wil: je hoort hem waaien, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met ieder die geboren is uit de Geest.' Daarop zei Nikodemus: maar kan dat dan? Jezus antwoordde: U bent degene die Israël moet onderrichten en u begrijpt dit niet? Waarachtig, ik verzeker u: we spreken over wat we weten, en we getuigen van wat we hebben gezien, en toch nemen jullie ons getuigenis niet aan. Zullen jullie dan geloven wanneer Ik spreek over de dingen van de aarde, hoe zullen jullie dan geloven wanneer Ik spreek over de dingen van de hemel?  Alleen Hij die uit de hemel is neergedaald, is naar de hemel opgestegen: de Mensenzoon.

Maar evenals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, zo moet ook de Mensenzoon  omhoog worden geheven, zodat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven bezit. Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij de eniggeboren Zoon heeft geschonken, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit. Want God heeft zijn Zoon niet naar de gezonden te veroordelen, maar om door Hem de wereld te redden.